Floor Wissink – Kunst: Verbinden en werken aan digitaal leiderschap

Floor Wissing - Kunst is sinds 2022 dagelijks bestuurslid (heemraad) bij waterschap Rijn en IJssel. Sinds 1 januari 2026 is zij lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen en vertegenwoordigt zij de waterschappen als voorzitter in het bestuurlijk overleg van het Informatiehuis Water. Floor: “Standaardisering en gegevensuitwisseling tussen waterbeheerders zijn essentieel om goeie keuzes te kunnen maken in het beheer van onze assets.”

Het Informatiehuis Water is een samenwerkingsprogramma van alle Nederlandse waterbeheerders; Rijkswaterstaat, de waterschappen en de provincies. De waterschappen worden in het bestuur van het Informatiehuis Water vertegenwoordigd door de Unie van Waterschappen. Sinds 1 januari 2026 is Floor Wissing – Kunst bestuurslid en penningmeester van de Unie van Waterschappen. Floor: “Bij die rol horen een aantal ‘cadeautjes’ en een daarvan is het Informatiehuis Water.”

Introductie van Floor Wissing - Kunst

Floor (49) woont in de Achterhoek, dicht bij de Duitse grens en is 4 jaar geleden, halverwege de vorige bestuursperiode, ingestapt als ‘heemraad’ bij waterschap Rijn en IJssel. “Ik ben altijd politiek actief geweest,” vertelt Floor, “dat is me met de paplepel ingegoten. Het politieke en het nemen van verantwoordelijkheid. Dus niet alleen lid zijn van de belangenvereniging, maar ook een bijdrage leveren door bijvoorbeeld bestuurlijk actief te zijn.”

Floor’s (opleidings)achtergrond heeft geen relatie met water en vóór haar huidige functie was zij ook niet echt bekend met de waterschappen. Maar nadat ze in een politieke partij opmerkte ‘dat waterschapsbestuurders altijd witte, mannen in een pak zijn met een agrarische of milieukundige achtergrond en daarmee niet heel representatief voor de Nederlandse bevolking’, werd haar door de partijvoorzitter gevraagd zich dan zélf te kandideren voor die functie. Floor: “Dus dat deed ik, in de verwachting dat ik lijstduwer zou worden. Maar ik kwam op plek 3 en kreeg best veel voorkeurstemmen, dus zo kwam ik in deze functie terecht. Maar ik moest inhoudelijk wel eerst het nodige leren. Mijn meisjesnaam is dan wel ‘Kunst’ maar toen het in de eerste vergadering over ‘kunstwerken’ ging, keek ik om me heen en dacht ‘waar dan?’ Ik wist dus eigenlijk niks van de waterwereld, maar ben snel en vakkundig wegwijs gemaakt en mijn kennis en vaardigheden zijn wel degelijk van toegevoegde waarde.”

Die kennis en vaardigheden liggen op het vlak van mensen, financiën en wet- en regelgeving. Zo’n 10 jaar geleden had Floor een praktijk voor financiële planning en mediation. Daarmee begeleidde zij onder meer scheidende ondernemers. Floor: “Dan ga je op zoek naar de mogelijkheden die financiën en wet- en regelgeving bieden om soms minder voor de hand liggende oplossingen te vinden die de continuïteit van een onderneming borgen maar de scheidende partners ook de kans geven om een nieuw leven op te bouwen.” Die ervaring in mediation brengt Floor mee als bestuurder: mensen bij elkaar brengen door op zoek te gaan naar wat zij met elkaar gemeen hebben.

fotograaf: Ivo Hutten

Wel of geen spotlight op het Informatiehuis Water? 

Floor is al 4 jaar lid van de commissie CBRF, de commissie van de Unie van Waterschappen waarin ook Financiën en Digitalisering thuishoren. Daarin komt het Informatiehuis Water met enige regelmaat aan de orde, maar eigenlijk wel altijd als hamerstuk. “Dan heb je de neiging om daar niet al te veel aandacht aan te geven,” zegt Floor. “Terecht? Een interessante gedachte is dat dat een compliment is. Want er gaat best wel flink wat geld om in het Informatiehuis Water en dat vindt iedereen blijkbaar heel logisch en terecht en goed besteed. Ik weet ook zeker dat het Informatiehuis Water op ambtelijk niveau goed bekend is, maar op bestuurlijk niveau mag er best eens een spotlight op. Want er gebeuren mooie dingen in het Informatiehuis Water.”

Zo nemen de uitdagingen waar de Nederlandse waterbeheerders voor staan, toe en moet er steeds meer geïnvesteerd worden in de diverse opgaves. Daarmee worden standaardisering en gegevensuitwisseling tussen waterbeheerders essentieel, vindt Floor. “Dat is van levensbelang om goeie keuzes te kunnen maken in het beheer van onze assets en de investeringen die we daarin moeten doen. Dus het Informatiehuis Water is van meer belang dan ooit tevoren.”

Hierbij ziet Floor kansen én dilemma’s. “Ik ben net in deze rol begonnen dus ik weet niet of mijn beeld al volledig genoeg is, maar ik denk dat de samenwerking tussen Rijkswaterstaat, waterschappen en provincies redelijk goed gaat. We hebben ook niet alleen deels dezelfde opgaves, maar ook dezelfde doelen,” zegt Floor. “Gelijktijdig denk ik wel dat we elkaar nog meer kunnen versterken. Het is goed dat we elkaar met regelmaat treffen, zoals in het Informatiehuis Water. Dat maakt de lijntjes korter.”

Hetzelfde geldt eigenlijk voor de waterschappen onderling. Floor: “Ik denk dat de 21 autonome waterschappen samenwerken en innovatief zijn. Maar niets menselijks is ons vreemd dus we denken ook vaak dat wat we zelf hebben bedacht, het beste is. Enerzijds zijn we soms nog te veel 21 eilandjes, anderzijds zijn er mooie voorbeelden van gebiedsoverschrijdende samenwerking, zoals bij de muskusratbestrijding. Kan het beter? Ja, maar laten we niet vergeten dat die 21 waterschappen niet precies gelijk zijn. Innovatie moet voor een deel ook van onderop komen en aansluiten op de specifieke uitdagingen van dát waterschap, zoals verzilting, verdroging, specifieke stoffen in het water en dergelijke.”

Werken aan digitaal leiderschap

Naast het verbinden van mensen in de watersector, wil Floor vanuit de portefeuille bestuurslid/ penningmeester van de Unie van Waterschappen werken aan de verbetering van digitaal leiderschap door bestuurders. “We moeten er niet alleen over praten, maar ook echt aan werken,” zegt Floor. “Hoe dat er precies uit moet gaan zien is voor mij ook nog een zoektocht, maar dit wordt de komende jaren echt belangrijk. Het ontwikkelen van standaarden kan niet alleen gedaan worden door technisch specialisten, we moeten daar als bestuurders de juiste vragen bij stellen en bijvoorbeeld het ethisch kader vernieuwen.”